ECLI:NL:CRVB:2010:BN2581
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijstand wegens weigering arbeidsovereenkomst
Appellant heeft zich op 21 november 2006 gemeld voor een bijstandsaanvraag, maar werd direct verwezen naar een arbeidsovereenkomst binnen het project 'Werk Loont', die hij weigerde te tekenen wegens medische redenen. Het College wees daarop zijn bijstandsaanvraag af omdat appellant geen gebruik maakte van een passende voorliggende voorziening. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat er geen arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen en dat het College ten onrechte de weigering van ondertekening als basis nam om bijstand te weigeren. De Raad benadrukt dat de verplichting tot arbeidsinschakeling in artikel 9 WWB Pro geregeld is en dat schending daarvan kan leiden tot verlaging van bijstand, maar niet tot afwijzing van de aanvraag op grond van een voorliggende voorziening.
De Raad kwalificeert de aangeboden arbeidsovereenkomst als een voorziening in de zin van artikel 9 lid 1 sub b WWB Pro en stelt vast dat appellant deze verplichting heeft geschonden. Het College moet daarom in een nieuw besluit beoordelen of en in hoeverre dit verwijtbaar is en of verlaging van de bijstand gerechtvaardigd is. De Raad vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt het College in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt vernietigd en het College moet een nieuw besluit nemen.