ECLI:NL:CRVB:2012:BY5047
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over toekenning bijstand met terugwerkende kracht
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Utrecht waarbij bijstand werd toegekend met terugwerkende kracht over de periode van 21 november 2006 tot 16 mei 2007. De rechtbank had het beroep tegen dit besluit ongegrond verklaard. In hoger beroep betoogde appellant dat de nabetaling pas twee maanden na het besluit had plaatsgevonden, wat hij als onzorgvuldig beschouwde.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat het bestreden besluit ziet op de toekenning van bijstand en niet op de betaling daarvan. De betaling valt buiten de reikwijdte van deze procedure en tegen het uitblijven van een betaling kunnen afzonderlijke rechtsmiddelen worden ingezet. Daarnaast heeft appellant geen belang bij de specificatie van het nabetalingsbedrag, omdat hij niet heeft gesteld dat deze onjuist zou zijn.
Daarmee slagen de beroepsgronden niet en bevestigt de Raad de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 4 december 2012.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.