ECLI:NL:CRVB:2010:BN6378
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gezamenlijke huishouding en terugvordering gezinsbijstand op grond van de WWB
De zaak betreft een hoger beroep van het College van Burgemeester en Wethouders van Nijmegen tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem die de terugvordering van bijstand van betrokkene vernietigde. Het geschil draait om de vraag of betrokkene en zijn ex-echtgenoot gedurende de betreffende periode een gezamenlijke huishouding voerden, wat bepalend is voor de toepassing van artikel 59, tweede lid, van de Wet werk en bijstand (WWB).
De Raad stelde vast dat ondanks het feit dat betrokkene en zijn ex-echtgenoot over afzonderlijke woonadressen beschikten, zij feitelijk samenwoonden. Dit werd onderbouwd met verklaringen van betrokkenen en buren, het verbruik van gas en elektra, en het feit dat de ex-echtgenoot verzorgende taken verrichtte binnen het gezin. De Raad verwierp het verweer dat het middel van buurtonderzoek niet mocht worden ingezet.
Gelet op deze feiten concludeerde de Raad dat de voorwaarden voor terugvordering van de bijstand aan betrokkene waren vervuld. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van het College ongegrond, waarmee de terugvordering van de kosten van ten onrechte verleende bijstand aan betrokkene werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van bijstandskosten aan betrokkene bevestigd.