ECLI:NL:CRVB:2010:BN6682
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Overschrijding redelijke termijn in bezwaar- en beroepsprocedure WAZ
Betrokkene had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het UWV inzake de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ). De bezwaar- en beroepsprocedure duurde in totaal ruim twee jaar en negen maanden, waarmee de redelijke termijn met negen maanden werd overschreden.
De rechtbank had appellant veroordeeld tot betaling van €1.800,- immateriële schadevergoeding wegens deze termijnoverschrijding. Appellant ging in hoger beroep en stelde dat de bezwaarprocedure slechts acht maanden duurde, en dat de rechtbankprocedure 25 maanden, zodat de schadevergoeding lager moest uitvallen.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de redelijke termijn voor bezwaar maximaal zes maanden en voor beroep maximaal achttien maanden bedraagt, met een totale redelijke termijn van twee jaar. Gelet op de omstandigheden en het verloop van de procedure achtte de Raad een overschrijding van negen maanden gerechtvaardigd, waarbij twee maanden voor rekening van het UWV (appellant) kwamen.
De Raad vernietigde het vonnis voor zover appellant tot €1.800,- was veroordeeld en stelde de schadevergoeding vast op €1.000,-, waarvan €250,- ten laste van appellant en €750,- ten laste van de Staat. Tevens werden appellant en de Staat veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Appellant en de Staat worden veroordeeld tot een gezamenlijke schadevergoeding van €1.000,- wegens overschrijding van de redelijke termijn.