ECLI:NL:CRVB:2010:BN7882
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit bijstand wegens onvoldoende medewerking huisbezoek
Appellant werd na zijn ontslag uit detentie bijstand toegekend, maar deze werd ingetrokken wegens vermeende onvoldoende medewerking aan een huisbezoek ter vaststelling van het recht op bijstand na verhuizing. Het College baseerde de intrekking op het feit dat appellant niet op het opgegeven adres woonde en niet meewerkte aan het huisbezoek.
De Raad stelde vast dat appellant meerdere keren probeerde mee te werken, maar dat het huisbezoek mislukte omdat de hoofdbewoonster geen sleutel gaf en niet altijd aanwezig was. Van onvoldoende medewerking was daarom geen sprake. Verder werd het huisbezoek gestaakt vanwege dreigende taal van appellant tijdens een telefoongesprek, waarna hij direct zijn excuses aanbood.
De rechtbank en het College hadden onvoldoende rekening gehouden met deze feiten en oordeelden ten onrechte dat appellant de medewerkingsplicht had geschonden. De Raad vernietigde daarom het besluit tot intrekking van de bijstand en veroordeelde het College in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van onvoldoende medewerking aan het huisbezoek.