ECLI:NL:CRVB:2010:BN9732
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging arbeidsovereenkomst schriftelijk overeengekomen op 24 juni 2008
Appellant was voorzitter en statutair directeur van een bedrijf en had een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Op 24 juni 2008 bereikten appellant en zijn werkgever overeenstemming over een beëindigingsovereenkomst, die zij ondertekenden, hoewel deze nog als concept was aangeduid. Op 9 juli 2008 ontving appellant een definitieve versie, vrijwel identiek aan de eerdere overeenkomst, die hij ondertekende. De arbeidsovereenkomst eindigde per 1 augustus 2008 met wederzijds goedvinden en een financiële vergoeding.
Het UWV stelde bij besluit vast dat appellant geen WW-uitkering kreeg over augustus 2008, omdat de vergoeding werd toegerekend aan een opzegtermijn van één maand, ingaand op 1 augustus 2008. De rechtbank oordeelde dat de overeenkomst van 24 juni 2008 niet als schriftelijke overeenkomst in de zin van de WW kon worden beschouwd vanwege de aanduiding 'concept' en handmatige aanvullingen zonder parafen.
In hoger beroep stelde appellant dat de overeenkomst van 24 juni 2008 definitief was en dat de aantekening 'uitwerking door JKR' alleen verwees naar het opmaken van een nette versie. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de overeenkomst van 24 juni 2008 definitief was en dat de fictieve opzegtermijn aan deze datum moet worden toegerekend. Het eerdere besluit en de uitspraak werden vernietigd en het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Uitkomst: De fictieve opzegtermijn wordt toegerekend aan de periode vanaf 24 juni 2008 en het bestreden besluit wordt vernietigd.