ECLI:NL:CRVB:2010:BO2867
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- B.M. van Dun
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herberekening arbeidsongeschiktheid en rechtskracht UWV-besluit WAZ
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) in te trekken. Het oorspronkelijke besluit van 1 augustus 2005 was in rechte onaantastbaar geworden omdat appellant geen tijdig rechtsmiddel had ingesteld tegen het besluit op bezwaar. Na een uitspraak van de Raad waarin de maximering van de urenomvang van de maatmanarbeid werd betwijfeld, heeft het UWV uit eigen beweging de mate van arbeidsongeschiktheid herberekend.
De Raad oordeelt dat het UWV bevoegd is om ook uit eigen beweging een eerder genomen besluit gedeeltelijk te heroverwegen, ook als dat besluit in rechte onaantastbaar is. De toetsing van de rechter beperkt zich tot de vraag of het bestuursorgaan in redelijkheid tot het nieuwe besluit heeft kunnen komen en niet in strijd heeft gehandeld met rechtsregels of algemene rechtsbeginselen.
De Raad stelt vast dat het UWV in redelijkheid heeft kunnen volstaan met een gedeeltelijke heroverweging van het oorspronkelijke besluit en dat het niet verplicht was tot een volledige heroverweging van zowel het medische als arbeidskundige aspect. De beroepsgronden van appellant worden verworpen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht volstond met een gedeeltelijke heroverweging en wijst het hoger beroep af.