ECLI:NL:CRVB:2010:BO2963
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugvordering bijstand wegens niet-vergoede bezwaarkosten
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB. Het College besloot haar bijstand over diverse maanden in 2003 en 2004 in te trekken of te herzien vanwege niet-gemelde kasstortingen op haar girorekening. Appellante stelde dat deze stortingen afkomstig waren van haar zoon en broer, maar kon dit onvoldoende aannemelijk maken.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van 25 januari 2008 ongegrond, waarbij zij oordeelde dat de bron van de kasstortingen onduidelijk bleef en dat het College terecht geen vergoeding van bezwaarkosten toekende. In hoger beroep vernietigt de Raad dit laatste oordeel omdat het College ten onrechte niet voorafgaand aan het besluit van 10 juni 2005 bij appellante heeft geïnformeerd over de herkomst van de kasstortingen en het verzoek om vergoeding van bezwaarkosten niet heeft behandeld.
De Raad bevestigt dat de kasstortingen als inkomsten zijn aangemerkt en de terugvordering terecht is. Het verzoek om schadevergoeding wegens onheus bejegenen en te veel ingehouden bijstand wordt afgewezen, omdat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij in haar persoon is aangetast. De Raad veroordeelt het College tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit van 25 januari 2008 wordt vernietigd voor het niet toekennen van vergoeding van bezwaarkosten, het overige wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.