ECLI:NL:CRVB:2008:BC9247
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Weigering schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn bij WAO-uitkering
Appellante vroeg een WAO-uitkering aan die aanvankelijk werd toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 65-80%. Na bezwaar stelde het UWV dit bij naar 35-45%. Appellante stelde dat de lange bezwaarprocedure haar reïntegratie belemmerde en vorderde een schadevergoeding wegens immateriële schade.
De rechtbank kende haar € 1.000,- toe wegens schending van artikel 6 EVRM Pro door de lange termijn van 14 maanden voor de bezwaarafhandeling, maar wees overige schadeclaims af. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de schending niet ernstig genoeg was voor een hogere vergoeding.
Verder oordeelde de Raad dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij geestelijk letsel had geleden dat een immateriële schadevergoeding rechtvaardigt. Wel werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 644,- die appellante in bezwaar had gemaakt. De overige vorderingen werden afgewezen.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van € 644,- proceskosten, maar een hogere immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.