ECLI:NL:CRVB:2010:BO3524
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet duurzaam gescheiden leven echtgenoten
Appellant en zijn echtgenote ontvingen bijstand tot oktober 1999, waarna de echtgenote werd opgenomen en een WAO-uitkering kreeg toegekend. Appellant ontving sindsdien bijstand als alleenstaande ouder. In 2007 werd de bijstand van appellant ingetrokken omdat hij met zijn parttime inkomen en de WAO-uitkering van zijn echtgenote voldoende middelen had.
Appellant voerde aan dat hij vanaf oktober 1999 duurzaam gescheiden leefde en sinds november 2007 van tafel en bed gescheiden was, zodat de WAO-uitkering van zijn echtgenote niet meegewogen mocht worden. De Raad beoordeelde de periode van 19 februari tot 12 april 2007 en oordeelde dat appellant niet duurzaam gescheiden leefde, mede gelet op zijn dagelijkse bezoeken, verzorging, curatorstelling en gezamenlijke financiële belangen.
De Raad verwierp het beroep en bevestigde het besluit tot intrekking van de bijstand met terugvordering van ten onrechte ontvangen bedragen. Latere gebeurtenissen zoals de feitelijke scheiding in november 2007 en samenwoning vanaf mei 2008 werden buiten beschouwing gelaten omdat deze zich na de bestreden periode voordeden.
De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd omdat appellant niet duurzaam gescheiden leefde van zijn echtgenote in de bestreden periode.