Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 januari 2018 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
het CAK, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
verlaagdbij verordening. Gelet hierop verzet de aard van de bevoegdheid zich niet tegen de opdracht tot nadere regelgeving aan het College. De rechtbank sluit voor dit oordeel aan bij oudere jurisprudentie van de Raad [6] , die weliswaar betrekking heeft op de oude Wmo, maar – op dit punt – is de eigen bijdragesystematiek niet gewijzigd. Dat de Raad in een andere uitspraak heeft geoordeeld dat de hoogte van de bijdrage die een cliënt verschuldigd is in de kosten van een
algemene voorzieningmoet zijn vastgelegd in de verordening en dat delegatie daarvan aan het College niet is toegestaan [7] , maakt het voorgaande niet anders. Anders dan bij de eigen bijdrage voor een maatwerkvoorziening of PGB, is de regelgevende bevoegdheid van het College bij bijdragen voor algemene voorzieningen onvoldoende begrensd om delegatie mogelijk te maken. Hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit (waaronder artikel 3.8) ziet namelijk niet op de eigen bijdrage voor een algemene voorziening, maar enkel op de eigen bijdrage voor maatwerkvoorzieningen en PGB’s. De beroepsgrond faalt.
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 januari 2018.