ECLI:NL:CRVB:2012:BY8429
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- E.J. Govaers
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Recht op bijstand voor alleenstaande ouder met zorgplicht ondanks klinische opname kind
Appellante ontving sinds 2006 bijstand als alleenstaande ouder voor haar dochter met psychische klachten. Na opname van haar dochter in een kliniek wijzigde het college de bijstandsnorm naar die van een alleenstaande, omdat zij niet meer zelf voor haar dochter zou zorgen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat de kliniek de zorg voor het grootste deel van de week overnam. Appellante ging in hoger beroep en voerde aan dat zij feitelijk nog steeds de volledige zorg draagt, ondanks de klinische opname.
De Raad stelde vast dat appellante ongehuwd is, geen gezamenlijke huishouding voert en dat haar dochter ten laste komt. De Raad oordeelde dat de feitelijke verblijfplaats van het kind niet bepalend is, maar het feit of de ouder als hoofd van het eenoudergezin optreedt. Uit onbetwiste feiten bleek dat appellante beslissingen neemt over de zorg en behandeling, betrokken is bij therapieën, contact onderhoudt met de kliniek en haar dochter vervoert.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat appellante per 1 juli 2010 recht heeft op bijstand volgens de norm voor een alleenstaande ouder. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Appellante heeft per 1 juli 2010 recht op bijstand volgens de norm voor een alleenstaande ouder.