ECLI:NL:CRVB:2010:BP0844
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping intrekking bijstand wegens onjuiste wettelijke grondslag
Appellant ontving bijstand als alleenstaande volgens de WWB. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam besloot de bijstand op te schorten en vervolgens in te trekken per 8 juni 2007 wegens het niet verschijnen op oproepgesprekken. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het College verklaarde deze niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding of ongegrond.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het intrekkingsbesluit ongegrond en oordeelde dat de brief van 8 oktober 2007 geen besluit was. Appellant ging in hoger beroep tegen de uitspraken over de besluiten II, III, IV en V, met name tegen de intrekking van de bijstand.
De Raad oordeelt dat het College ten onrechte de bijstand heeft ingetrokken op grond van artikel 54, vierde lid, WWB, omdat de gesprekken uitsluitend betrekking hadden op het arbeidsbemiddelingstraject en niet op het recht op bijstand. Hierdoor ontbreekt een wettelijke grondslag voor de intrekking per 8 juni 2007. De Raad vernietigt dit besluit en herroept het. Verder bevestigt de Raad de overige uitspraken en veroordeelt het College in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand per 8 juni 2007 wordt vernietigd en herroepen; overige besluiten worden bevestigd.