ECLI:NL:CRVB:2011:BP2562
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid en aanvraagtermijn Tijdelijke regeling eenmalige tegemoetkoming pensioenverevening
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een eenmalige tegemoetkoming pensioenverevening, maar deze werd door de Sociale verzekeringsbank (Svb) afgewezen wegens overschrijding van de aanvraagtermijn. De Svb had de uiterste datum voor indiening van de aanvraag uit coulance meerdere malen verschoven, maar dit maakte de termijn niet minder fataal. Appellante voerde persoonlijke omstandigheden aan, waaronder verblijf in het buitenland vanwege gezondheidsproblemen, waardoor zij de post niet tijdig kon behandelen.
De Raad oordeelt dat hij bevoegd is om in hoger beroep te oordelen over geschillen betreffende de TRP, ondanks dat deze regeling niet expliciet in de bijlage van de Beroepswet is opgenomen, vanwege de nauwe verwantschap met sociale zekerheidswetten. De Raad bevestigt dat de aanvraagtermijn een fatale datum betreft en dat de Svb deze consistent heeft toegepast als bestendige gedragslijn, gelijk te stellen aan buitenwettelijk begunstigend beleid.
De persoonlijke omstandigheden van appellante leiden niet tot een verschoonbare termijnoverschrijding, omdat het op de betrokkene rust om bij afwezigheid voorzieningen te treffen voor postafhandeling. Hoewel het bestreden besluit zonder hoorzitting is genomen, oordeelt de Raad dat het bezwaar kennelijk ongegrond was, waardoor het besluit vernietigd wordt, maar de rechtsgevolgen in stand blijven. De Svb wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.