ECLI:NL:CRVB:2011:BP5557
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet duurzaam gescheiden leven
Appellanten ontvingen bijstandsuitkering waarbij werd aangenomen dat zij duurzaam gescheiden leefden. Na onderzoek door de sociale recherche, inclusief observaties, huiszoekingen en getuigenverklaringen, concludeerde het College dat appellanten niet duurzaam gescheiden waren. Hierdoor werd de bijstand van appellante ingetrokken en teruggevorderd, ook mede van appellant.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. De Raad oordeelde dat de onderzoeksbevindingen voldoende waren om te concluderen dat appellanten gedurende de gehele periode niet duurzaam gescheiden leefden. Dit bleek onder meer uit observaties van gezamenlijk verblijf, gedeeld gebruik van voorzieningen, en getuigenverklaringen.
De Raad stelde vast dat appellante geen recht had op bijstand naar de norm voor een alleenstaande ouder en dat het College bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen. Ook de medeterugvordering van appellant werd gegrond verklaard. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 22 februari 2011.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd.