ECLI:NL:CRVB:2011:BP7672
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening bij bijstandsweigering wegens niet-rechtmatig verblijf
Verzoeker, een Algerijnse vreemdeling zonder rechtmatig verblijf in Nederland, had bijstand aangevraagd op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch wees dit af omdat verzoeker niet voldeed aan de vereisten van rechtmatig verblijf zoals bedoeld in artikel 11 van Pro de WWB. Verzoeker kon niet worden uitgezet en leed aan ernstige psychische aandoeningen.
De voorzieningenrechter bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank die het beroep van verzoeker ongegrond verklaarde en het verzoek om voorlopige voorziening afwees. De rechter overwoog dat artikel 16, tweede lid, van de WWB niet buiten toepassing kan worden gelaten op grond van artikel 8 EVRM Pro, ook niet vanwege de psychische aandoeningen of de onuitzetbaarheid van verzoeker.
De Raad benadrukte dat de positieve verplichting uit artikel 8 EVRM Pro rust op het bestuursorgaan dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van voorliggende voorzieningen en dat de situatie van verzoeker binnen de marge van beoordeling valt die het Europees Hof voor de Rechten van de Mens aan de staat toekent. Het hoger beroep faalde en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening en het hoger beroep tegen de afwijzing van bijstand zijn afgewezen.