ECLI:NL:CRVB:2011:BQ0142
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.F. Bandringa
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstandsnorm bij verblijf buitenland langer dan vier weken
Appellanten ontvingen bijstand volgens de gehuwdennorm en verbleven in 2008 twee periodes in het buitenland: van 29 maart tot 7 april en van 5 juli tot 6 augustus. Het College had de bijstand aangepast op basis van de aanname dat zowel vertrek- als terugkeerdag als verblijf in het buitenland telden, wat leidde tot een te vroege herziening van de bijstandsnorm.
De Raad oordeelt dat bij de berekening van de vierwekentermijn slechts één van beide dagen als verblijf in het buitenland moet worden gerekend, namelijk de terugkeerdag, terwijl de vertrekdag als verblijf in Nederland geldt. Hierdoor was de herziening van de bijstandsnorm door het College onjuist vastgesteld.
De Raad vernietigt het besluit van het College en herroept het eerdere besluit. De bijstand van appellanten wordt met ingang van 23 juli 2008 aangepast van gehuwdennorm naar alleenstaandennorm voor appellante en voor de periode van 2 tot en met 6 augustus 2008 ingetrokken. Vanaf 7 augustus 2008 is de bijstand weer volgens de gehuwdennorm toegekend. Tevens veroordeelt de Raad het College in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: De bijstand van appellanten wordt herzien en gedeeltelijk ingetrokken vanwege onjuist berekende verblijfperiode in het buitenland.