ECLI:NL:RBROT:2021:4244
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemelde inkomsten en verblijf buitenland
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft de bijstandsuitkering van eiser herzien en teruggevorderd wegens niet gemelde inkomsten uit kapperswerkzaamheden, facilitering van thuisprostitutie en bijschrijvingen op zijn bankrekening, alsmede wegens een verblijf in het buitenland langer dan toegestaan. Eiser voerde aan dat sommige stortingen leningen betroffen en dat zijn kwetsbare gezondheid dringende redenen vormden om van terugvordering af te zien.
De rechtbank oordeelt dat de bijschrijvingen als inkomen moeten worden aangemerkt, ook als het leningen betreft, omdat eiser vrijelijk over de bedragen kon beschikken. Het verblijf in Cuba overschreed de toegestane vier weken, waardoor het recht op bijstand tijdelijk verviel. De rechtbank vindt dat eiser onvoldoende dringende redenen heeft aangetoond om van terugvordering af te zien.
De proceskostenvergoeding is terecht slechts eenmaal toegekend omdat de bezwaarprocedures samenhangend zijn. De brutering van de terugvordering is geoorloofd omdat de vordering niet buiten toedoen van eiser is ontstaan. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot terugvordering bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening en terugvordering van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.