ECLI:NL:CRVB:2011:BQ3295
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering en kwijtschelding Wet inkomensvoorziening kunstenaars
De zaak betreft hoger beroepen van appellante tegen drie uitspraken van de rechtbank Amsterdam over terugvordering van een geldlening verstrekt onder de Wet inkomensvoorziening kunstenaars (WWIK).
Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam had een bedrag van €5.680,80 teruggevorderd dat in 2003 als lening was verstrekt. Appellante verzocht om kwijtschelding, wat werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van 13 mei 2008 gegrond omdat de draagkrachtberekening voor het aflossingsbedrag niet inzichtelijk was gemaakt.
De Centrale Raad bevestigt dat dringende redenen slechts bij de initiële terugvordering een rol kunnen spelen en vernietigt het besluit van 18 maart 2009 over het aflossingsbedrag omdat het College niet tijdig mededeling had gedaan aan de Raad. Het College moest het aflossingsbedrag nader berekenen, wat zij deed op €38,11 per maand, een bedrag dat de Raad als inzichtelijk beoordeelde. Het beroep tegen het besluit van 15 juni 2009 wordt ongegrond verklaard. Ook het beroep tegen het besluit van 11 mei 2009 over kwijtschelding wordt afgewezen wegens gebrek aan objectieve onderbouwing. Proceskosten worden deels toegewezen aan appellante.
Uitkomst: Het besluit van 18 maart 2009 wordt vernietigd en het beroep tegen het besluit van 15 juni 2009 wordt ongegrond verklaard.