ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4354
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante vroeg op 16 maart 2007 bijstand aan en gaf op dat zij met haar kinderen bij haar moeder woonde. Na onderzoek bleek dat zij tijdelijk bij een nichtje verbleef, maar dit niet had gemeld. Het College kende bijstand toe op basis van het opgegeven adres, maar trok deze later in vanwege twijfels over de woonplaats van appellante.
Een huisbezoek op 22 augustus 2007 bracht aan het licht dat appellante en haar kinderen niet daadwerkelijk op het opgegeven adres woonden. Zij had geen eigen sleutel, haar slaapkamer werd als opslag gebruikt en de kinderen sliepen elders. Appellante had ook geen eigen administratie of kledingkast op dat adres.
De Raad oordeelde dat het College terecht twijfelde aan de juistheid van de woonopgave en dat appellante haar inlichtingenverplichting had geschonden. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of zij recht had op bijstand. Het hoger beroep werd afgewezen en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting.