ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4691
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO- en WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, laatstelijk werkzaam als groepshulp, heeft na intrekking van haar WAO-uitkering bezwaar gemaakt tegen het niet toekennen van nieuwe WAO- en WIA-uitkeringen. Het UWV baseerde zijn besluiten op zorgvuldig medisch onderzoek waarbij geen toename van beperkingen werd vastgesteld. Appellante voerde aan dat zij meer beperkingen heeft door chronisch vermoeidheidssyndroom, fibromyalgie en rolstoelafhankelijkheid, en dat het verzekeringsgeneeskundige protocol CVS niet correct was toegepast.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische grondslag en de passendheid van de functies deugdelijk waren vastgesteld. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraken. De Raad acht het medisch onderzoek zorgvuldig en vindt geen aanleiding om de conclusies van de verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen te betwijfelen.
Ook het beroep op het Protocol CVS wordt verworpen omdat dit slechts een hulpmiddel is en de subjectieve klachten onvoldoende objectieve medische aanknopingspunten bieden voor meer beperkingen. De Raad ziet geen reden voor het benoemen van een deskundige. De voorzieningen op grond van de WMO en het feit dat appellante rolstoelafhankelijk is, leiden niet tot een andere beoordeling. De besluiten van het UWV worden bevestigd en appellante krijgt geen uitkering toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van WAO- en WIA-uitkeringen aan appellante na zorgvuldig medisch onderzoek.