ECLI:NL:CRVB:2015:3259
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Ch. van Voorst
- P.H. Banda
- Rechtspraak.nl
Bestreden besluit UWV faalt op zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel inzake begeleiding en toezicht
Appellante heeft een aanvraag ingediend op grond van de Wet Wajong wegens psychische klachten die voor haar 17e levensjaar bestonden. Het UWV stelde vast dat zij niet ziek was en niet voor een uitkering in aanmerking kwam, waarna haar bezwaar werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat de rechtbank ten onrechte de bewijslast bij haar legde en dat onvoldoende rekening was gehouden met haar psychische toestand en begeleiding.
De Raad oordeelde dat de medische rapporten van verzekeringsartsen zorgvuldig en deugdelijk waren en dat het UWV bevoegd is beperkingen vast te stellen zonder altijd de behandelend psychiater te raadplegen. De sociale omstandigheden van appellante konden niet leiden tot medische beperkingen. Wel stelde de Raad vast dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd dat de geselecteerde functies voldeden aan het vereiste van toezicht en begeleiding, en dat nader onderzoek nodig was naar de haalbaarheid van de begeleiding in die functies.
Daarom kon het bestreden besluit niet in stand blijven wegens strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. De Raad droeg het UWV op binnen zes weken de gebreken in het besluit te herstellen met inachtneming van de overwegingen in deze uitspraak.
Uitkomst: Het bestreden besluit van het UWV wordt vernietigd wegens strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel en het UWV wordt opgedragen de gebreken te herstellen.