ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9829
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omzetting prestatiebeurs in gift wegens overschrijding diplomatermijn
Appellant ontving vanaf oktober 1997 een prestatiebeurs voor een HBO-opleiding, die hij in januari 1998 stopzette. Vervolgens werkte hij en volgde een MBO-opleiding tot september 2004, waarna hij opnieuw aan een HBO-opleiding begon en in juli 2008 zijn diploma behaalde. De Minister weigerde de prestatiebeurs om te zetten in een gift vanwege het te laat behalen van het diploma binnen de tienjarige diplomatermijn volgens artikel 5.5 WSF 2000.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de periode waarin appellant werkte en een MBO-opleiding volgde, terecht werd meegerekend bij de diplomatermijn. Ook het beroep op bijzondere medische omstandigheden en de hardheidsclausule werden afgewezen omdat deze niet tijdig waren ingediend of onvoldoende waren onderbouwd.
In hoger beroep bevestigde de Raad deze overwegingen en wees erop dat appellant alsnog een verzoek tot toepassing van artikel 5:16 WSF Pro 2000 bij de Minister kan indienen. Het verzoek om kwijtschelding van een deel van de studieschuld op grond van artikel 5:2 WSF Pro 2000 werd niet in behandeling genomen omdat dit niet eerder was aangevoerd. De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en bevestigde het bestreden vonnis.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering om de prestatiebeurs om te zetten in een gift wegens het te laat behalen van het diploma binnen de diplomatermijn.