ECLI:NL:CRVB:2011:BR0751
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellanten ontvingen bijstand sinds 2000 en appellant werkte vanaf 2005 bij een cafetaria. Na een anonieme melding startte de sociale recherche een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand, waarbij werd vastgesteld dat appellant meer uren werkte dan opgegeven en inkomsten niet volledig had gemeld.
Het College trok de bijstand in over de periode juni 2005 tot augustus 2007 en vorderde de kosten van de onterecht ontvangen bijstand terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, wat appellanten in hoger beroep aanvochten met onder meer het betoog dat loonstroken het recht op bijstand konden onderbouwen en dat de terugvordering gematigd moest worden vanwege te late onderzoeksaanvang.
De Raad verwierp het verzoek tot aanhouding wegens te late indiening van een kasboek en hechtte doorslaggevende waarde aan de verklaring van de getuige die bevestigde dat appellant structureel meer uren werkte dan opgegeven. De Raad oordeelde dat appellanten de inlichtingenverplichting hebben geschonden en dat het College terecht de bijstand heeft ingetrokken en teruggevorderd. De zesmaanden-jurisprudentie ter matiging van terugvordering is niet van toepassing vanwege de onvolledige informatieverstrekking.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd.