ECLI:NL:CRVB:2011:BR4251
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging heffing Zvw-bijdrage over pensioen met recht op zorg in woonland
Appellant, woonachtig in Zweden en voormalig WAO-uitkeringsgerechtigde met aanvullend KPN-pensioen, betwistte de heffing van de Zorgverzekeringswet (Zvw)-bijdrage over zijn pensioen. Hij stelde dat artikel 69 Zvw Pro in strijd is met het recht op vrij verkeer (art. 21 VWEU Pro) vanwege dubbele betaling voor zorg in Nederland en Zweden, dat artikel 69 niet Pro van toepassing is op situaties als bedoeld in artikel 28bis van Verordening 1408/71, en dat zijn KPN-pensioen niet betrokken mocht worden bij de bijdrageheffing.
De Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie en het arrest van het Hof van Justitie (zaak C-345/09) en oordeelt dat artikel 69 Zvw Pro ziet op elke situatie waarin recht op zorg in het woonland ten laste van Nederland bestaat, ook onder artikel 28bis van Vo 1408/71. De Raad volgt het standpunt dat het de Nederlandse staat vrijstaat te bepalen welke inkomsten voor de Zvw-bijdrage in aanmerking worden genomen, waaronder het KPN-pensioen.
De Raad bevestigt de aangevallen uitspraken en veroordeelt het College voor zorgverzekeringen tot vergoeding van proceskosten aan appellant. Hiermee wordt de heffing van de Zvw-bijdrage over het pensioen bevestigd en het beroep van appellant verworpen.
Uitkomst: De heffing van de Zvw-bijdrage over het KPN-pensioen van appellant wordt bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.