ECLI:NL:CRVB:2011:BR4689
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering ziekengeld na ontslag op staande voet wegens benadelingshandeling
Appellant werd op 27 oktober 2006 op staande voet ontslagen vanwege betrokkenheid bij een vechtpartij en meldde zich diezelfde dag ziek. Het Uwv weigerde hem per die datum een Ziektewetuitkering wegens een benadelingshandeling. Appellant stelde bezwaar en verzocht later om herziening van dit besluit, maar het Uwv handhaafde de weigering omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat het Uwv zijn standpunt over verwijtbare werkloosheid had gewijzigd in een andere procedure, en dat hij schadevergoeding toekwam vanwege een vonnis tegen zijn werkgever. De Raad oordeelde dat de brief van appellant een herhaalde aanvraag was en dat het bestuursorgaan het oorspronkelijke besluit mocht handhaven zonder inhoudelijke herbeoordeling, tenzij nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd.
De Raad stelde vast dat de door appellant aangevoerde feiten niet als nieuw konden worden beschouwd en dat de eerdere weigering terecht was gehandhaafd. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ziekengeld aan appellant wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.