ECLI:NL:CRVB:2011:BR5363
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van beëindiging recht op ziekengeld wegens arbeidsgeschiktheid na enkelfractuur en longembolie
Appellante was laatstelijk werkzaam als steksteekster en ontving een WW-uitkering. Na ziekmelding wegens een enkelfractuur en het doormaken van een longembolie, werd haar een Ziektewet-uitkering toegekend. Het UWV besloot echter dat zij vanaf 27 oktober 2008 en later vanaf 23 november 2009 niet langer recht had op ziekengeld omdat zij niet meer arbeidsongeschikt was.
Appellante stelde in hoger beroep dat het medisch en arbeidskundig onderzoek onzorgvuldig was en dat haar longklachten en andere gezondheidsproblemen, waaronder psychische klachten, onvoldoende waren meegewogen. Tevens voerde zij aan dat de blootstelling aan groeipoeder op haar werk niet was meegenomen.
De Raad overwoog dat het UWV terecht uitging van de maatgevende arbeid als steksteekster en dat specifieke werkomstandigheden, zoals het gebruik van groeipoeder, buiten beschouwing mochten blijven. Medische rapporten toonden geen objectieve pathologie die arbeidsongeschiktheid rechtvaardigde. De Raad zag geen aanleiding het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts te verwerpen en bevestigde de eerdere uitspraken van de rechtbank.
De Raad wees ook op het ontbreken van een verplichting voor de rechtbank tot zelfstandig feitenonderzoek in deze situatie en concludeerde dat de door appellante overgelegde aanvullende rapporten geen ander licht wierpen op haar medische situatie. De aangevallen uitspraken werden dan ook bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante vanaf 27 oktober 2008 en 23 november 2009 in staat was haar arbeid te verrichten en geen recht meer had op ziekengeld.