ECLI:NL:CRVB:2011:BR6181
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende beperkingen
Appellante, voormalig productiemedewerkster in de tuinbouw, vroeg een WIA-uitkering aan wegens klachten aan polsen, onderarmen en psychische klachten. Na onderzoek door verzekeringsarts Renders werd vastgesteld dat zij beperkt was voor zware belasting en hoogfrequente handelingen, met aanvullende psychische beperkingen. Het UWV wees de uitkering af wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.
In bezwaar en beroep voerde appellante aan dat haar psychische beperkingen waren onderschat en dat het UWV de toepasselijke verzekeringsgeneeskundige protocollen niet had gehanteerd. De bezwaarverzekeringsarts Colijn concludeerde echter dat het onderzoek zorgvuldig was en dat er geen aanleiding was voor aanvullende beperkingen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het ontbreken van het toepassen van protocollen geen reden is om het onderzoek als onzorgvuldig te beschouwen. De medische gegevens en rapportages, waaronder die van psycholoog en psychiaters, gaven geen aanleiding om de vastgestelde beperkingen te wijzigen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.