ECLI:NL:CRVB:2011:BR6453
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- H. Bolt
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum arbeidsongeschiktheidsuitkering zonder bijzonder geval
Betrokkene, die sinds 1987 in Nederland woonde en werkte, kreeg vanaf 1992 psychische klachten en stopte met werken in 1993. Na een periode van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen werd zijn uitkering in 1995 ingetrokken wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. Hij vertrok in 1996 naar Marokko, waar hij psychiatrische zorg ontving. In 2002 werd een nieuwe WAO-uitkering aangevraagd met terugwerkende kracht vanaf 1996.
Het UWV kende uiteindelijk een WAO-uitkering toe met ingang van 21 juni 2001. Appellanten stelden dat sprake was van een bijzonder geval waardoor de uitkering verder terug had moeten gaan. De Raad oordeelde echter dat betrokkene en zijn echtgenote voldoende in staat waren geweest om eerder een aanvraag in te dienen, mede omdat de echtgenote al in 2003 contact had opgenomen met het UWV.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Raad bevestigt dit oordeel. Er is geen bewijs dat betrokkene door zijn psychische toestand niet eerder kon aanvragen, en van de echtgenote mocht worden verwacht dat zij de belangen behartigde. De Raad ziet daarom geen reden om af te wijken van de ingangsdatum van 21 juni 2001.
Uitkomst: De ingangsdatum van de WAO-uitkering wordt vastgesteld op 21 juni 2001, geen bijzonder geval erkend.