ECLI:NL:CRVB:2013:2482
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet duurzaam gescheiden leven echtgenoten
Appellante ontving bijstand naar de norm voor een alleenstaande ouder sinds mei 2008. Het college stelde na onderzoek vast dat appellante en haar echtgenoot niet duurzaam gescheiden leefden, ondanks hun scheiding van tafel en bed in augustus 2011. Dit leidde tot intrekking en terugvordering van de bijstand over de periode van mei 2008 tot juni 2011.
De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en beperkte de intrekking tot de periode van september 2009 tot juni 2011. Het college stelde dit besluit bij in een nadere beschikking. Appellanten voerden aan dat zij sinds 2008 duurzaam gescheiden leefden en dat de rechtbank onjuiste criteria hanteerde.
De Raad oordeelde dat duurzaam gescheiden leven vereist dat echtgenoten ieder hun eigen leven leiden alsof zij niet gehuwd zijn, en dat deze toestand bestendig is. De verklaringen van buurtbewoners, observaties van de sociale recherche en verklaringen van derden wezen uit dat appellant regelmatig op het uitkeringsadres verbleef en niet duurzaam gescheiden leefde. De Raad verwierp de bezwaren van appellanten en bevestigde de intrekking en terugvordering van de bijstand over de periode van 1 september 2009 tot 21 juni 2011.
De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank met verbeterde gronden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellanten wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.