ECLI:NL:CRVB:2012:BV0202
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Ziektewetuitkering en toekenning schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Appellant, voormalig wetenschappelijk medewerker en gedetacheerd bij de politie, vroeg een Ziektewetuitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid vanaf 1 december 2005. Het UWV wees de aanvraag af op basis van rapportages van bezwaarverzekeringsartsen die concludeerden dat appellant geschikt was voor vergelijkbare arbeid bij een andere werkgever. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang en vernietigde het tweede besluit wegens schending van het hoorrecht, maar liet de rechtsgevolgen in stand vanwege de zorgvuldigheid van het onderzoek.
In hoger beroep bevestigde de Raad het oordeel van de rechtbank dat het onderzoek zorgvuldig en volledig was en dat appellant geschikt was voor arbeid bij een andere werkgever. De door appellant overgelegde aanvullende verklaringen overtuigden de Raad niet. Tevens wees de Raad het beroep tegen het eerste besluit af wegens ontbreken van belang.
De Raad oordeelde dat de totale duur van de procedure de redelijke termijn met bijna drie maanden had overschreden, wat geheel aan het UWV te wijten was. Gezien de aard van de zaak en de jurisprudentie van het EHRM werd een immateriële schadevergoeding van €500 toegekend. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Afwijzing Ziektewetuitkering bevestigd en €500 immateriële schadevergoeding toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.