ECLI:NL:CRVB:2012:BV0423
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand en terugvordering wegens niet-melding banktegoeden
Appellanten ontvingen sinds 1999 bijstand en werden door een vermogenssignaal onderzocht vanwege niet-gemelde bankrekeningen met tegoeden die het vrij te laten vermogen overschreden. De gemeente Amsterdam trok de bijstand over de periode 1999-2005 in en vorderde de teveel ontvangen bedragen terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna zij in hoger beroep stelden dat de tegoeden niet tot hun vermogen behoorden omdat de rekeningen deels voor derden waren. Tevens voerden zij aan dat de intrekking voor de periode voor 2004 onterecht op de WWB was gebaseerd.
De Raad oordeelde dat de bevoegdheid tot intrekking en terugvordering vanaf 2004 op de WWB berust en dat de schending van de inlichtingenplicht ook onder de Algemene bijstandswet vergelijkbaar is. Appellanten hadden meerdere bankrekeningen niet gemeld en konden niet aannemelijk maken dat de tegoeden niet tot hun vermogen behoorden. De verklaringen van derden werden niet geloofd vanwege gebrek aan objectiveerbare gegevens.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking van bijstand en terugvordering bevestigd wegens schending van de inlichtingenplicht.