ECLI:NL:CRVB:2012:BV0551
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering WW-uitkering wegens schending inlichtingenplicht zelfstandige
Appellante ontving een WW-uitkering die door het UWV werd ingetrokken en teruggevorderd over de periode van november 2004 tot april 2007, omdat zij niet voldeed aan haar inlichtingenplicht omtrent haar zelfstandige werkzaamheden. Het UWV baseerde haar beslissing op gegevens van de Kamer van Koophandel en verklaringen van appellante tegenover een fraude-inspecteur.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat zij voldoende geïnformeerd was over de opgave van uren, inclusief niet-direct productieve uren zoals administratie en scholing. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het UWV onjuiste informatie had verstrekt en de omvang van haar werkzaamheden onjuist had vastgesteld.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht de startdatum van de werkzaamheden op 1 november 2004 had vastgesteld en dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden door alleen gedeclareerde uren op te geven. Het UWV was daardoor verplicht de uitkering te herzien en terug te vorderen. De Raad vond geen sprake van onjuiste informatieverstrekking door het UWV en achtte de opgelegde boete proportioneel. Het beroep tegen het besluit van 24 april 2009 werd gegrond verklaard, het beroep tegen het besluit van 17 december 2010 ongegrond, en het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De Raad bevestigt de intrekking en terugvordering van de WW-uitkering en handhaaft de boete wegens schending van de inlichtingenplicht.