ECLI:NL:CRVB:2012:BV1067
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- E.J. Govaers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling maatregel verlaging bijstand wegens verlies algemeen geaccepteerde arbeid
Betrokkene ontvangt bijstand sinds 1999 en was parttime werkzaam als kapper met een arbeidsovereenkomst voor 8 uur per week, met een aanbod tot uitbreiding naar 20 uur. Betrokkene weigerde dit en beëindigde zijn werkzaamheden. Het college legde een maatregel op van 100% verlaging van de bijstand gedurende een maand wegens het door eigen toedoen verliezen van algemeen geaccepteerde arbeid.
De rechtbank vernietigde deze maatregel omdat artikel 9 van Pro de WWB geen verplichting tot het behouden van arbeid bevat, alleen tot het verkrijgen en aanvaarden ervan. Het college stelde hoger beroep in, stellende dat de verplichting tot behoud van arbeid wel onder artikel 9 valt Pro.
De Raad oordeelt dat de wettelijke tekst en wetsgeschiedenis geen verplichting tot behoud van arbeid beogen, maar alleen tot het verkrijgen en aanvaarden van arbeid. Artikel 8 van Pro de Afstemmingsverordening ziet op het nakomen van verplichtingen uit artikel 9 WWB Pro, en kan daarom niet als grondslag dienen voor de maatregel.
Het hoger beroep faalt en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het besluit tot intrekking van de maatregel door het college behoeft geen verdere bespreking. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De maatregel van verlaging van de bijstand wegens verlies van arbeid is op onjuiste grondslag gebaseerd en het hoger beroep wordt verworpen.