ECLI:NL:CRVB:2012:BV1280
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering te hoog ontvangen WW-voorschot zelfstandige
Appellant ontving vanaf november 2006 een WW-uitkering en kreeg toestemming om als zelfstandige te werken, waarbij 70% van zijn zelfstandigeninkomsten op de uitkering in mindering werd gebracht. Vanaf mei 2007 werkte hij tevens als ambtenaar en beëindigde het UWV de uitkering. Later stelde het UWV vast dat appellant een te hoog voorschot had ontvangen en vorderde €1.455,90 terug.
Appellant voerde aan dat hij onvolledig en onjuist was geïnformeerd over de berekeningsperiode van zijn zelfstandigeninkomsten en dat de terugvordering daarom teniet moest worden gedaan. De Raad stelde vast dat de berekeningswijze conform het Besluit vaststelling inkomsten startende zelfstandigen WW correct was toegepast, waarbij de inkomsten over een periode van 52 weken vanaf aanvang werkzaamheden werden berekend.
Verder oordeelde de Raad dat het UWV verplicht was de onverschuldigd betaalde uitkering terug te vorderen, aangezien geen dringende redenen voor kwijtschelding aanwezig waren. Hoewel de informatievoorziening aanvankelijk niet volledig was, was er geen sprake van onjuiste voorlichting die het bestreden besluit zou kunnen vernietigen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van het te hoog ontvangen WW-voorschot bevestigd.