ECLI:NL:CRVB:2012:BV3072
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- E.J. Govaers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering algemene bijstand wegens niet tijdige inlichtingenverstrekking
Appellanten vroegen bijstand aan ter aanvulling op de WAO-uitkering over een lange periode. Het College weigerde aanvankelijk deze bijstand omdat appellanten niet tijdig alle benodigde bankgegevens hadden verstrekt, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Tijdens de procedure werden later bankafschriften ingediend, waarop het College alsnog bijstand toekende over een deelperiode.
De rechtbank wees het beroep van appellanten af omdat de bankgegevens te laat waren ingediend. In hoger beroep oordeelt de Raad dat het College appellanten voldoende gelegenheid had geboden om de gegevens te verstrekken en dat het College bij het ontbreken daarvan het recht op bijstand niet kon vaststellen. De Raad stelt vast dat het College in de beroepsfase alsnog bijstand had moeten toekennen op basis van de later verkregen gegevens, wat de rechtbank ten onrechte niet had onderkend.
Verder bevestigt de Raad de waarschuwing wegens schending van de inlichtingenplicht, aangezien het niet opgeven van de bankrekening van appellante een evident gegeven is dat van belang is voor de bijstandsverlening. Ten slotte oordeelt de Raad dat de leeftijdsgrens in artikel 36 WWB Pro voor de langdurigheidstoeslag geen verboden onderscheid vormt en verklaart het beroep tegen de afwijzing daarvan ongegrond.
De Raad vernietigt het besluit van het College voor zover het de weigering van algemene bijstand over de periode 1 januari 2006 tot en met 30 juni 2007 betreft, verklaart het beroep tegen het latere besluit tot bijstand ongegrond, bevestigt de waarschuwing en veroordeelt het College in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van algemene bijstand wordt vernietigd voor een deelperiode; het beroep tegen latere bijstand wordt ongegrond verklaard en de waarschuwing wegens schending inlichtingenplicht blijft in stand.