ECLI:NL:CRVB:2012:BV5142
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herberekening WAZ-uitkering op basis van fiscale bijtelling privégebruik auto werkgever
Appellant maakte bezwaar tegen de herberekening van zijn WAZ-uitkering door het UWV, waarbij de fiscale bijtelling van € 849,75 per maand voor privégebruik van een auto van de werkgever als inkomen werd meegeteld. Hij stelde dat hij al sinds het begin van zijn arbeidsongeschiktheid in 1980 privé gebruik kon maken van deze auto, en dat dit bij de vaststelling van zijn inkomen ten tijde van de toekenning van de WAZ-uitkering in aanmerking had moeten worden genomen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat het UWV terecht de fiscale bijtelling als inkomsten uit arbeid heeft aangemerkt. De bijzondere omstandigheid dat het een aan de ziekte aangepaste auto betrof met een cataloguswaarde van € 45.000,- gaf geen reden af te wijken van de fiscale regelgeving.
Verder stelde de Raad vast dat appellant niet had aangetoond dat hij ten tijde van de toekenning van de WAZ-uitkering al privé over de auto kon beschikken, noch had hij de waarde daarvan met stukken onderbouwd. Daarom was er geen aanleiding om het inkomen opnieuw vast te stellen. De proceskostenveroordeling werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: De herberekening van de WAZ-uitkering door het UWV wordt bevestigd; de fiscale bijtelling voor privégebruik auto wordt als inkomen meegeteld.