ECLI:NL:CRVB:2014:1073
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand en bijtelling autokostenforfait bij inkomen zelfstandige
Appellant exploiteert sinds 2009 een eenmanszaak en ontving bijstand op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) in de vorm van een renteloze lening. Het college stelde in 2011 het recht op bijstand definitief vast en kende bijstand om niet toe tot een bedrag lager dan de ontvangen lening, waarbij het verschil werd teruggevorderd. Hierbij werd het autokostenforfait voor privégebruik van de bedrijfsauto bij het inkomen geteld, ondanks het ontbreken van een kilometerregistratie.
Appellant maakte bezwaar tegen de bijtelling van het autokostenforfait, stellende dat dit onredelijk was en dat het een fiscaal voordeel betrof, geen inkomen. Hij voerde aan dat hij slechts een klein deel van de kilometers privé had gereden en dat de fiscale regelgeving willekeurig werd toegepast. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad overwoog dat het netto-inkomen voor de bijstandsbepaling moet worden gebaseerd op het nettoresultaat uit de jaarstukken, tenzij bijzondere omstandigheden anders rechtvaardigen. Omdat appellant geen deugdelijke kilometerregistratie had overlegd en de fiscale aangifte het autokostenforfait als voordeel voor privégebruik bevatte, was het passend dit forfait bij het inkomen te betrekken. Het ontbreken van bewijs voor het werkelijke privégebruik kwam voor risico van appellant.
De Raad concludeerde dat het college het inkomen terecht had vastgesteld en dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering en de bijtelling van het autokostenforfait bij het inkomen van appellant.