ECLI:NL:CRVB:2012:BV6412
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor griffierecht en eigen bijdrage wegens te late indiening en onvoldoende bewijs
Appellante verzocht bijzondere bijstand voor diverse kostenposten, waaronder griffierechten en eigen bijdragen in verband met procedures bij verschillende rechtbanken en de Raad. Het college wees een deel van de aanvraag af wegens te late indiening en het ontbreken van bewijs dat de kosten daadwerkelijk waren gemaakt.
De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. Deze Raad overwoog dat op de aanvrager de last rust om aannemelijk te maken dat aan de voorwaarden voor bijzondere bijstand wordt voldaan. Het college voerde een buitenwettelijk, begunstigend beleid dat een termijn van vijftien maanden hanteert voor het indienen van aanvragen.
De Raad oordeelde dat de aanvraag voor vergoeding van griffierecht en eigen bijdrage te laat was ingediend en dat het college dit beleid consistent had toegepast. Daarnaast was niet aangetoond dat griffierechten voor bepaalde procedures daadwerkelijk waren betaald. Ook werd de noodzaak van rechtsbijstand niet aannemelijk gemaakt. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand wordt bevestigd wegens te late indiening en onvoldoende bewijs van gemaakte kosten.