ECLI:NL:CRVB:2012:BV6620
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ziekengeld na geschiktheidsverklaring voor eigen werk bevestigd
Appellante was werkzaam als directiesecretaresse en meldde zich ziek wegens spier- en vermoeidheidsklachten. Na onderzoek door een verzekeringsarts werd zij per 26 maart 2009 geschikt verklaard voor haar werk en werd het recht op ziekengeld beëindigd. Het bezwaar van appellante tegen dit besluit werd door het UWV ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat zij niet in haar belangen was geschaad door de wijze waarop de hoorzitting had plaatsgevonden. Ook concludeerde de rechtbank dat het medische onderzoek voldoende en zorgvuldig was uitgevoerd.
In hoger beroep stelde appellante dat de hoorplicht niet correct was nageleefd en dat niet alle aspecten van haar bezwaar waren beoordeeld. De Raad overwoog dat het medisch onderzoek door de bezwaarverzekeringsarts tevens als hoorzitting kon dienen, mits aan de wettelijke eisen werd voldaan. Uit de stukken bleek dat appellante en haar gemachtigde voldoende gelegenheid hadden gehad hun standpunten toe te lichten.
De Raad vond geen aanwijzingen dat de hoorplicht was geschonden of dat het medische oordeel onjuist was. De overgelegde medische gegevens in hoger beroep waren onvoldoende om het eerdere oordeel te wijzigen. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld wordt bevestigd.