ECLI:NL:CRVB:2012:BV7601
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Herziening nabestaandenuitkering na toekenning WAZ-uitkering en consistentie van beleid
Betrokkene ontvangt sinds 1996 een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene Nabestaandenwet (ANW) en sinds 1991 een uitkering krachtens de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ). Na het faillissement van zijn bedrijf in 2003 werd de ANW-uitkering aangepast en later onderzocht vanwege verschillen in inkomstengegevens. In 2008 stelde appellant vast dat betrokkene teveel ANW-uitkering had ontvangen over de periode 2003-2008, mede omdat betrokkene niet tijdig had gemeld dat hij een WAZ-uitkering ontving.
Appellant herzag de ANW-uitkering met terugwerkende kracht over de periode januari 2006 tot en met april 2008, maar beperkte de herziening omdat hij zelf nalatig was geweest in het tijdig aanpassen van de uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat appellant onvoldoende rekening had gehouden met zijn eigen aandeel en bijzondere omstandigheden.
In hoger beroep stelde appellant dat het beleid ten aanzien van herziening conform artikel 3:4 Awb Pro volledig was toegepast. De Raad oordeelde dat het beleid van appellant een buitenwettelijk, begunstigend beleid is dat terughoudend wordt getoetst en dat appellant dit beleid consistent heeft toegepast. Betrokkene had zijn verplichtingen niet nagekomen door het niet melden van de WAZ-uitkering, waardoor het redelijk was dat de herziening plaatsvond.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, zonder proceskosten toe te kennen. Hiermee werd bevestigd dat de herziening van de nabestaandenuitkering rechtmatig was en het beleid correct werd toegepast.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de herziening van de nabestaandenuitkering bevestigd.