ECLI:NL:CRVB:2012:BV8219
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsuitspraak WW-uitkering en terugvordering ondanks onvolledige urenopgave
Appellant ontving vanaf november 2000 een WW-uitkering, die het Uwv in 2007 herzag op basis van een rapport over werknemersfraude. Het Uwv stelde vast dat appellant meer uren als zelfstandige had gewerkt dan opgegeven en vorderde onverschuldigd betaalde uitkering terug. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellant ging in hoger beroep met het argument dat hij te goeder trouw handelde en onvoldoende geïnformeerd was over de opgave van uren.
De Raad beoordeelde dat appellant zijn inlichtingenplicht niet volledig was nagekomen omdat hij indirecte uren zoals reistijd en studie niet had opgegeven. Het Uwv had het beleid uit de Handleiding ZZP correct toegepast en mocht de herziening en terugvordering handhaven. De Raad vernietigde de eerdere uitspraak en verklaarde het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond.
De Raad veroordeelde het Uwv tot vergoeding van de proceskosten van appellant. De uitspraak benadrukt dat het Uwv onverschuldigde uitkeringen moet terugvorderen als niet alle relevante uren zijn opgegeven, ook als informatievoorziening gebrekkig was, mits appellant redelijkerwijs had moeten weten dat indirecte uren ook moesten worden vermeld.
Uitkomst: Het beroep tegen het nieuwe besluit van het Uwv wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van de WW-uitkering bevestigd.