ECLI:NL:CRVB:2012:BV8903
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet duurzaam gescheiden leven
Appellant was gehuwd en ontving bijstand als alleenstaande, terwijl hij volgens het college niet duurzaam gescheiden leefde van zijn echtgenote die in een andere gemeente woonde. Uit onderzoek, waaronder politiegegevens en verklaringen van buurtbewoners, bleek dat appellant frequent aanwezig was bij de woning van zijn echtgenote en zich als gezin presenteerde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen de intrekking en terugvordering van bijstand ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat hij niet duurzaam gescheiden leefde, maar de Raad oordeelde dat de feiten en omstandigheden dit tegendeel bewezen. De Raad benadrukte dat het hoofdverblijf niet doorslaggevend is zolang het duurzame gescheiden leven ontbreekt.
Verder stelde de Raad vast dat appellant zijn inlichtingenverplichting had geschonden door het college niet te informeren over zijn frequente aanwezigheid bij zijn echtgenote, waardoor het college ten onrechte bijstand verleende. Het college was bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.