ECLI:NL:CRVB:2012:BW3319
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens niet vermelden van alle gewerkte uren in WW-uitkering
Appellant ontving een WW-uitkering en bleef daarnaast werkzaamheden verrichten die hij deels op werkbriefjes meldde. Hij vermeldde echter niet alle gewerkte uren, wat leidde tot een herziening van zijn uitkering en terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen.
Het UWV legde appellant een boete van €850,- op wegens het niet voldoen aan de inlichtingenplicht. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, waarna hij beroep instelde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant subjectief verwijtbaar handelde.
In hoger beroep stelde appellant dat hij geen intentie had de wet te overtreden. De Raad oordeelde dat verwijtbaarheid niet afhangt van opzet en dat alle gewerkte uren moeten worden opgegeven. De boete werd als evenredig beoordeeld. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het beroep af.
Uitkomst: De boete van €850,- wegens het niet volledig vermelden van gewerkte uren wordt bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.