ECLI:NL:CRVB:2012:BW5651
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking en terugvordering bijstand wegens onjuiste vermogensvaststelling
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college stelde vast dat zij op 1 november 2008 beschikte over een vermogen dat de vermogensgrens overschreed, mede door een tegoed op een ING-rekening die op naam van haar ouders stond. Op basis hiervan werd de bijstand ingetrokken en teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond en vernietigde het besluit deels, maar oordeelde dat appellante redelijkerwijs over het tegoed op de ING-rekening kon beschikken. Het college handhaafde daarop het besluit in een nadere beslissing, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelt dat het college niet aannemelijk heeft gemaakt dat appellante feitelijk of redelijkerwijs over het tegoed op de ING-rekening kon beschikken, mede omdat de rekening op naam van haar ouders stond en er geen aanwijzingen waren dat zij gemachtigd was om deze te gebruiken. Hierdoor berust het besluit op een ondeugdelijke grondslag en wordt het vernietigd. Het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen omdat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij schade heeft geleden door het niet uitbetalen van bijstand.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd omdat het college niet heeft aangetoond dat appellante over het tegoed op de ING-rekening kon beschikken.