ECLI:NL:CRVB:2012:BW6854
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- B.M. van Dun
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Beoordeling termijnoverschrijding bezwaar tegen beëindiging Ziektewetuitkering
Betrokkene had een Ziektewetuitkering die op 14 januari 2010 werd beëindigd met ingang van 11 januari 2010. Een gemachtigde diende namens betrokkene bezwaar in, maar dit gebeurde na het verstrijken van de wettelijke bezwaartermijn van twee weken. Betrokkene stelde dat vanwege een psychische stoornis hij niet in staat was tijdig bezwaar te maken en dat het besluit onterecht aan hem persoonlijk was gestuurd in plaats van aan zijn gemachtigde.
De Raad stelde vast dat de verleende machtiging beperkt was tot administratieve afhandeling, zoals premiebetalingen, en niet zag op inhoudelijke besluiten zoals het beëindigen van een uitkering. De correspondentie over het besluit mocht daarom terecht aan betrokkene worden gericht. Verder bleek uit medische verklaringen dat betrokkene weliswaar een verslechterde psychische toestand had, maar gedurende de bezwaartermijn toch in staat was zijn belangen te behartigen.
De rechtbank had het bezwaar van betrokkene gegrond verklaard, maar de Centrale Raad vernietigde deze uitspraak en verklaarde het beroep ongegrond. De termijnoverschrijding kon betrokkene redelijkerwijs worden verweten, waardoor het bezwaar niet-ontvankelijk was. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard omdat de termijn voor bezwaar overschreden is zonder geldige reden.