ECLI:NL:CRVB:2012:BW7515
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken procesbelang bij weigering bijzondere bijstand
De zaak betreft een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam waarin het beroep tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Lansingerland om bijzondere bijstand voor kosten van bewassing te weigeren, ongegrond werd verklaard.
Appellanten, de erven van de betrokkene, voerden aan recht te hebben op de bijzondere bijstand. Het college stelde dat er geen procesbelang bestond. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat procesbelang vereist is om ontvankelijk te zijn in hoger beroep; dit betekent dat het nastreven resultaat daadwerkelijk bereikt kan worden en betekenis heeft voor de indiener.
De erven verklaarden expliciet geen rechtstreeks belang te hebben bij voortzetting van de procedure omdat de nalatenschap een positief saldo zal hebben en een eventuele nabetaling in de nalatenschap terechtkomt. Hierdoor is het voor hen irrelevant of het beroep wordt toegewezen of niet.
Ook het belang van de gemachtigde E. Bodbijl en de Stichting Advisering en Bewindvoering werd niet als procesbelang van appellanten aangemerkt. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.