ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8357
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij Ziektewetuitkering
Betrokkene was sinds november 2006 als sloper in dienst van een werkgever en kreeg per 1 april 2011 een Ziektewetuitkering toegekend. Appellant stelde vast dat betrokkene met zijn werkgever was overeengekomen het dienstverband per 1 april 2011 te beëindigen en stopte daarom de uitkering vanaf 29 mei 2011, waarbij het onverschuldigd betaalde bedrag werd teruggevorderd.
Betrokkene maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd door appellant niet-ontvankelijk verklaard omdat de werkgever geen belanghebbende was. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, maar appellant ging hiertegen in hoger beroep.
In hoger beroep bleek dat betrokkene zelf op 5 juli 2011 bezwaar had gemaakt tegen het besluit en dat dit bezwaar bij besluit van 19 oktober 2011 ongegrond was verklaard. Omdat betrokkene tegen die beslissing geen beroep had ingesteld, stond dit besluit in rechte vast. De Raad oordeelde dat betrokkene daardoor geen procesbelang had bij het door hem ingestelde beroep bij de rechtbank en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De Raad benadrukte dat een louter formeel of principieel belang onvoldoende is voor het aannemen van procesbelang.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.