ECLI:NL:CRVB:2012:BW7531
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- O.L.H.W.I. Korte
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Afwijzing immateriële schadevergoeding na discriminatoire selectie bijstandsgerechtigden
Appellant, behorend tot een groep van ongeveer negentig Somalische bijstandsgerechtigden, werd onderwerp van een thematisch onderzoek door de gemeente Haarlem, waarbij huisbezoeken werden afgelegd op basis van afkomst. De Commissie Gelijke Behandeling oordeelde dat deze selectie discriminerend was. Appellant stelde dat hij op straat werd aangesproken vanwege zijn huidskleur en vorderde immateriële schadevergoeding.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen de intrekking en weigering van bijstand gegrond wegens discriminatie, maar wees het verzoek om schadevergoeding af omdat onvoldoende was aangetoond dat appellant in zijn eer en goede naam was aangetast. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en overweegt dat het aanspreken van appellant plaatsvond op basis van een vermoeden dat hij woonde op een adres dat onderzocht werd, en niet louter vanwege zijn huidskleur.
Hoewel discriminatie een ernstige aantasting van fundamentele rechten is, acht de Raad de wijze van selectie en uitvoering van het onderzoek onvoldoende ingrijpend om schadevergoeding toe te kennen. De ruime bekendheid van de eerdere uitspraken biedt appellant voldoende genoegdoening. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens discriminatie wordt afgewezen vanwege onvoldoende aannemelijkheid van aantasting van eer en goede naam.