ECLI:NL:CRVB:2012:BW7697
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- W.H. Bel
- Rechtspraak.nl
Terugvordering geldlening en rente op grond van WWB en Bbz 2004
Betrokkene en haar toenmalige echtgenoot hebben gezamenlijk een aanvraag ingediend voor een rentedragende geldlening op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004). Betrokkene heeft zich mede verbonden als hoofdelijk medeschuldenaar tot terugbetaling van de lening en de rente.
De gemeente Amsterdam heeft het saldo van de lening en de achterstallige rente teruggevorderd omdat de verplichtingen niet of niet behoorlijk werden nagekomen. Betrokkene stelde dat het college het vertrouwensbeginsel had geschonden door toch hoger beroep in te stellen en dat de wijziging van het Bbz 2004 per 1 januari 2009 niet van toepassing was op leningen toegekend vóór die datum.
De Raad oordeelde dat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen ondubbelzinnige toezeggingen waren gedaan. Tevens is betrokkene als subject van de verleende bijstand hoofdelijk aansprakelijk voor terugbetaling. De wijziging van het Bbz 2004 voorziet niet in overgangsrecht, waardoor de terugvordering ook voor leningen vóór 2009 geldt.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee de terugvordering werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de lening en rente wordt bevestigd.